Met de steun van het Ministerie van de Franse Gemeenschap
Platform Alimentatiefonds
Rapport van het Platform Alimentatiefonds - 17 juli 2006
overgemaakt aan de Evaluatiecommissie van de Dienst voor Alimentatievorderingen
Dit rapport is het resultaat van een bevraging en van reacties van alimentatiegerechtigden die al een beroep gedaan hebben op de DAVO (Dienst voor Alimentatievorderingen). Deze bevraging werd uitgevoerd door de leden van het Platform Alimentatiefonds.
Het rapport bevat een aantal vaststellingen en vragen die volgens het Platform de belangrijkste tekortkomingen van het systeem beklemtonen. Het bevat tegelijkertijd ook een aantal aanbevelingen.
De troeven van de DAVO
Het Platform stelt vast dat de DAVO een reeks voordelen biedt aan alimentatiegerechtigden:
via de DAVO wordt druk uitgeoefend op de alimentatieverschuldigde die niet betaalt. Dit stellen we meer bepaald vast bij alimentatieverschuldigden met een zelfstandig statuut;
de ‘kosteloosheid’ van de DAVO is een belangrijk pluspunt voor het doelpubliek;
de DAVO heeft oude slapende dossiers doen ontwaken: de alimentatiegerechtigden die alle hoop hadden verloren om echt nog alimentatie uitbetaald te krijgen. De koppeling van de tussenkomst van de DAVO aan een vonnis heeft duidelijk gemaakt dat een aantal burgers geen beroep doet op justitie om hun rechten en die van hun kinderen te doen respecteren. Wij denken hier aan koppels die niet gehuwd waren, uit elkaar gegaan zijn zonder tussenkomst van justitie en die bijgevolg niet over een uitvoerbare titel beschikken;
de DAVO helpt de alimentatiegerechtigde bij de berekening van de indexering en de achterstallige intresten.
Informatie en zichtbaarheid
Er is een groot gebrek aan informatie, zowel wat betreft het bestaan van de DAVO als de verschillende actiemogelijkheden die de dienst biedt. Het zou nuttig zijn om vooraf informatie te verspreiden en aan de alimentatiegerechtigden de mogelijkheid te geven om vragen te stellen alvorens ze hun aanvraag indienen.
Voor een betere bekendmaking van de DAVO kunnen volgende maatregelen genomen worden:
een betere toegankelijkheid van de info via/op 0800/12302 en op de website van de FOD Financiën, met de vermelding van de telefoonnummers van de lokale DAVO-kantoren;
aan de politiediensten die klachten ontvangen over familieverlating de toelating verlenen om info te geven over de DAVO;
een betere vorming van de betrokken ambtenaren die belast zijn met het onthaal van de aanvragers (er rekening mee houdend dat het door vele aanvragers gevolgde parcours vaak al heel lang en moeilijk is geweest);
de alimentatieverschuldigden duidelijk informeren over de risico’s en de te verwachten reactie wanneer bij de DAVO een aanvraag tegen hen wordt ingediend, bijvoorbeeld dat enkel betalingen aan de DAVO in rekening worden genomen;
wijzen op de mogelijkheid om de uitzonderlijke kosten te recupereren (dit wordt voorzien door een omzendbrief voor een periode van zes maanden bij wijze van experiment);
de alimentatiegerechtigden geruststellen over het traject van de documenten die ze bij de DAVO indienen en de terminologie in verband daarmee harmoniseren (bijvoorbeeld: wat houdt ‘de uitvoerbare titel’ in);
rechters mogen info over de DAVO meegeven bij het uitspreken van een vonnis in geval van echtscheiding;
bekendmaking van de indexaanpassingen van de alimentatie;
statistieken over de gestorte alimentatie met een onderscheid tussen de gedwongen en de vrijwillige vorderingen.
Indiening van de aanvraag en samenstelling van het dossier
Om een aanvraag in te dienen moet er aan een aantal voorwaarden voldaan worden en dat schept vaak problemen. We hebben vastgesteld dat deze vooral te maken hebben met de interpretatie van de uitvoerbare titel. De aanvragers beschikken niet altijd over een vonnis; dit bevindt zich vaak bij een deurwaarder of bij een advocaat die het vonnis in zijn bezit houdt zolang zijn honorarium niet (volledig) betaald is. Een oplossing voor dit probleem zou kunnen zijn dat advocaten zelf een aanvraag tot invordering van het alimentatiegeld indienen en dat ze van dit bedrag een percentage afhouden om hun honorarium te betalen.
Een administratieve vereenvoudiging inzake het te leveren bewijsmateriaal en het overzicht van achterstallige betalingen is eveneens noodzakelijk (het is moeilijk om een lijst te maken van x aantal jaren achterstallige betalingen).
Wat de administratie van de DAVO betreft, blijken er verschillende manieren te zijn om de wetgeving toe te passen. Bij de aanvraag voor voorschotten zijn er bijvoorbeeld DAVO-kantoren die aan de alimentatiegerechtigde loonfiches van de laatste drie maanden vragen. Andere kantoren maken een gemiddelde van de ontvangen inkomsten of houden rekening met het vakantiegeld, de dertiende maand, … Het gebeurt dat de alimentatiegerechtigde deeltijds gaat werken om onder het inkomensplafond te vallen. Met welke loonfiche(s) wordt er dan rekening gehouden? Een harmonisering dringt zich dus op. Voor zelfstandigen moet er in dit verband ook een oplossing komen. Hoe leveren zij het bewijs van inkomsten van de laatste drie maanden? Zijn die drie maanden dan respresentatief? Wat als blijkt dat hun inkomsten op jaarbasis toch hoger liggen? De alimentatiegerechtigde zelfstandige kan dan verplicht worden om (een deel) van de ontvangen voorschotten terug te betalen.
Een meerderjarig kind kan zelf voorschotten aanvragen. Hoe kan zij/hij beschikken over een uitvoerbare titel? Vaak staat in het oorspronkelijke vonnis immers dat één van de ouders aan de andere alimentatie moet betalen voor het kind/de kinderen. Moet het meerderjarige kind zelf een procedure starten om over een uitvoerbare titel te beschikken?
Parcours en opvolging dossier
Er is onvoldoende zicht op de weg die een ingediende aanvraag aflegt en er is sprake van communicatieproblemen tussen de verschillende diensten. Vanaf het ogenblik dat de aanvraag van het DAVO-kantoor naar de centrale administratie gaat, wordt de alimentatiegerechtigde niet op de hoogte gehouden over de stand van zaken van het dossier. Het dossier gaat ook van de ene dienst naar de andere zonder dat er overleg is.
Er duiken verschillende problemen op zowel voor de alimentatiegerechtigden als voor de -verschuldigden wat het parcours betreft doorheen de verschillende fiscale diensten (een voorbeeld: de briefwisseling geadresseerd aan de alimentatieverschuldigde wordt ondertekend door de ‘algemene ontvanger’. Wie is dat?).
Er is een verschil in behandeling tussen de alimentatieverschuldigde en de alimentatiegerechtigde wat het begrip inkomsten betreft. Bij de alimentatieverschuldigde houdt men rekening met een eventuele schuldenlast en hij/zij kan blijven beschikken over een minimum aan inkomsten (gelijkgesteld met het leefloon). Bij de alimentatiegerechtigde daarentegen houdt men bij het onderzoek naar de inkomsten om na te gaan of zij/hij recht heeft op alimentatievoorschotten geen rekening met eventuele inbeslagnames of afhoudingen op hun inkomsten. In vele gevallen gaat nochtans het om gemeenschappelijke schulden die door deze verschillende behandeling worden afgelost.
Het afbetalingsplan dat de alimentatieverschuldigde voorstelt zou slechts aanvaard moeten worden indien hij/zij de regelmatige betaling van alimentatie herneemt. Bijvoorbeeld, 400 euro alimentatie per maand + 50 euro afbetalingsplan en niet enkel een storting van 50 euro per maand. Anders neemt de schuldenlast gewoon toe en zal de alimentatiegerechtigde haar/zijn geld nooit recupereren.
Wanneer de alimentatieverschuldigde zich in een collectieve schuldenregeling bevindt, is het alimentatiebedrag dat hij/zij betaalt zeer beperkt. De alimentatiegerechtigde wordt een concurrent van de andere schuldeisers. Voor iemand die zich in het systeem van collectieve schuldenregeling bevindt, kan de schuld na vijf jaar worden kwijtgescholden. Dit is niet aanvaardbaar voor alimentatieschulden. Deze mogen niet op dezelfde manier behandeld worden als de andere schulden. In dergelijke situatie zouden de alimentatievoorschotten automatisch aan de alimentatiegerechtigden moeten worden uitgekeerd.
De alimentatiegerechtigde is niet beschermd tegen de drukkingsmiddelen en het mogelijke geweld van de alimentatieverschuldigde.
De tussenkomst van de DAVO kan op vraag van de gerechtigde/aanvrager verlengd worden na de periode van zes maanden regelmatige betaling. Dit om er zeker van te zijn dat de alimentatieverschuldigde blijft verder betalen. In dat geval kan de 10% vermeerdering voor de alimentatieverschuldigde afgeschaft worden.
Wanneer het dossier wordt stopgezet, moet er dan indien nodig een nieuwe aanvraag worden ingediend? Of kan het oude dossier gereactiveerd worden?
Wat de betalingen betreft bestaat er een centrale rekening waarop alle verschuldigde alimentatiegelden gestort worden. Wanneer er identificatiegegevens ontbreken kan dit leiden tot foutieve of vertraagde uitbetalingen. Hoe kan dit opgelost worden?
Wanneer een vraag om voorschot wordt uitgevoerd is er geen retroactief effect vanaf de datum van aanvraag. Waarom moet er gewacht worden op het mandaat voor akkoord vooraleer de voorschotten kunnen worden uitbetaald?
Conclusies
Onze eerste evaluatie van de DAVO toont een aantal problemen inzake toepassing en werking, die vooral te wijten zijn aan:
het grote tekort aan informatie voor het grote publiek;
de algemene organisatie van een dienst die ingebed is in een openbare dienst die werkt volgens complexe regels, moeilijk te begrijpen voor de burger en die onvermijdelijk vertragingen doet ontstaan;
lacunes in de wetgeving
Deze problemen veranderen echter niets aan het vertrouwen dat we stellen in de DAVO.
Wij menen echter dat bepaalde wetswijzigingen noodzakelijk zijn om aan de noden van alle alimentatiegerechtigden tegemoet te komen.
Op korte termijn vragen we:
dat de DAVO toegang krijgt tot de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
dat de plafonds die de toegang tot alimentatievoorschotten beperken verhoogd worden. Dit systeem brengt immers onrechtvaardige discriminaties met zich mee tussen de alimentatiegerechtigden en zal bovendien op korte termijn tot een vorm van sociaal onaanvaardbare kunstgrepen leiden. Het is bovendien duidelijk dat de achterstallen zullen verdwijnen vanaf het moment dat de DAVO voorschotten uitkeert aan alle alimentatiegerechtigden;
dat alle juridische beslissingen waarin betaling van alimentatie opgenomen is, gecentraliseerd worden in een nationaal register met toegang voor de DAVO, dit om alle problemen in verband met de uitvoerbare titel te vermijden.
Op vlak van de zuivere administratieve werking, wensen wij een harmonisering van de werkmethodes, een betere verspreiding van informatie, een betere opvolging van het dossier ten aanzien van de alimentatiegerechtigde, een versnelling van de procedure inzake de vordering en/of gedwongen uitvoering en de continuïteit in de follow-up van het dossier wanneer het overgaat van het DAVO-kantoor naar de centrale administratie.
We wijzen erop dat het onthaal in vele DAVO-kantoren als zeer positief ervaren wordt door het publiek.